De neerlegging van uw jaarrekening: vermijd de ontbinding van uw vennootschap door laattijdigheid! - Dipecount
12525
post-template-default,single,single-post,postid-12525,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-theme-ver-2.7,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.7,vc_responsive

De neerlegging van uw jaarrekening: vermijd de ontbinding van uw vennootschap door laattijdigheid!

00:00 05 juli in Algemeen

Elke vennootschap moet haar jaarrekening aan de algemene vergadering binnen de zes maanden na afsluiting van het boekjaar ter goedkeuring voorleggen. De vennootschap moet dan binnen de dertig dagen nadat de jaarrekening is goedgekeurd en ten laatste zeven maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar haar jaarrekening neerleggen. Dit is een verantwoordelijkheid van de raad van bestuur die daarvoor aansprakelijk gesteld kan worden.

Volgens het (oude) artikel 182 van het Wetboek van Vennootschappen konden vennootschappen die hun jaarrekening gedurende drie opeenvolgende jaren niet hadden neergelegd, gerechtelijk ontbonden worden. De ontbinding moest voor de rechtbank gevorderd worden door ofwel het openbaar ministerie ofwel elke belanghebbende. In de meeste gevallen stond de rechtbank een regularisatietermijn toe om de jaarrekeningen alsnog neer te leggen. Op deze manier werd de ontbinding vermeden.

Het KBO ging intussen wel over tot schrapping van de inschrijving in het KBO.

Sinds 12 juni 2017 is de regelgeving hierover strenger geworden. Voortaan kan de ontbinding al gevorderd worden indien één jaarrekening niet binnen een termijn van zeven maanden na de sluiting van het boekjaar werd neergelegd.

Een dergelijke vordering kan ingesteld worden vanaf de achtste maand na het afsluiten van het boekjaar. Veel ruimte tot overschrijding van de wettelijke termijn laat de wetgever dus niet.

Indien de vordering in ontbinding ingeleid wordt, kan de rechtbank de mogelijkheid om deze toestand te regulariseren en de jaarrekening alsnog neer te leggen toestaan. De wet voorziet uitdrukkelijk dat er een regularisatietermijn van minimaal drie maanden toegekend moet worden, wanneer de vordering op initiatief van het Openbaar Ministerie of een belanghebbende wordt ingeleid. De rechtbank kan de ontbinding dan pas uitspreken na het verstrijken van deze termijn.

Wie kan de ontbinding vorderen? In eerste instantie is dit nog steeds het openbaar ministerie en elke belanghebbende. Wie belanghebbende is, wordt in de wet niet verduidelijkt. Dit zijn in principe dus de aandeelhouders, schuldeisers, maar ook concurrenten van de vennootschap. Daarnaast is nu wel een nieuwe rol toebedeeld aan de Kamers voor Handelsonderzoek die de vennootschappen opvolgen. Ook zij kunnen het dossier doorverwijzen naar de rechtbank wanneer zij vaststellen dat de jaarrekening niet werd neergelegd.

Indien de vordering werd ingeleid op verzoek van de Kamer van Handelsonderzoek, dan is de regularisatietermijn facultatief. De ontbinding zal in dat geval wel al onmiddellijk uitgesproken worden indien:

  • die vennootschap ambtshalve werd geschrapt;
  • indien zij ondanks twee oproepingen (met 30 dagen tussentijd) niet voor de Kamer van Handelsonderzoek is verschenen; of
  • indien de bestuurders of zaakvoerders niet over de nodige beheersvaardigheden of beroepsbekwaamheid beschikken.


Nog een nieuwigheid: een vereffening zonder vereffenaar

Een tweede nieuwigheid die de wet voorziet, is dat voortaan de rechtbank tot gerechtelijke ontbinding kan besluiten zonder een vereffenaar aan te stellen. Wanneer niemand om de aanstelling van een vereffenaar verzoekt, kan de rechtbank de ontbinding zonder meer uitspreken. Elke belanghebbende kan dan wel nog gedurende een periode van één jaar een vereffenaar laten aanstellen.

Gebeurt dit niet, dan zal de vereffening van rechtswege worden afgesloten. Het gevolg is dat de schulden van de ontbonden vennootschap worden geacht oninbaar te zijn en haar activa zullen toekomen aan de Staat.

Gevolgen voor de praktijk ?

In de praktijk zien wij vaak dat de jaarrekeningen toch laattijdig worden neergelegd. Hieraan kunnen tal van oorzaken ten grondslag liggen. Onder de nieuwe wetgeving kan dit verregaande gevolgen hebben. De regularisatietermijn zal in de meeste gevallen de ontbinding wel kunnen vermijden, doch dit verhindert niet dat men betrokken geraakt in een juridische procedure (met onder meer ook alle kosten die daaraan verbonden zijn).

Voorkomen is (zoals steeds) beter dan genezen. Zeker voor de talloze vennootschappen die hun boekjaar afsluiten op het einde van het jaar. Hun jaarrekening moet in principe uiterlijk eind juli neergelegd worden. De tijd dringt voor hen!!


Bron:  monardlaw.be

Dirk Peeters

info@dipecount.be

Dirk Peeters is zaakvoerder van Dipecount - boekhouding & fiscaliteit.